Frank Tromp de Haas
(Sukabumi, 1930)

Frank groeide als middelste in een gezin van drie jongens op Java, voormalig Nederlands-Indië. Zijn vader Willem-Pieter was afdelingsdirecteur van een theeplantage bij Sukabumi, zijn moeder, Fransje van der Goes, dochter van een van de mede-oprichters van de SDAP Frank van der Goes. Zij was verpleegster en zorgde voor de kinderen. Frank en zijn broers hielden van het leven op de plantage, maar moesten bij anderen in de kost om naar school te kunnen gaan. In de Tweede Wereldoorlog zat Frank, zonder de rest van het gezin, in een interneringskamp in Ambarawa. Na een half jaar te zijn bijgekomen in Nieuw-Zeeland, keerde het halve gezin, vader bleef bij een andere vrouw, terug naar Nederland.

In Haarlem volgde Frank tekenlessen bij Henri Boot, leermeester van velen, waaronder Kees Verwey en Otto B. de Kat. Graag zou hij een opleiding als kunstenaar gaan volgen, maar om ‘meer houvast te hebben op de toekomst’, zijn goede cijfers op de HBS en daarmee in aanmerking komende voor een beurs, besloot hij naar de Technische Hogeschool in Delft te gaan. Hij koos voor de afdeling Stedenbouwkundig Ontwerpen, waar ook aandacht was voor kunst en kunstgeschiedenis.

De beroemde architect en stedenbouwkundige Cornelis van Eesteren haalde de jonge ingenieur begin jaren ’60 naar de Dienst der Publieke Werken in Amsterdam. Daar werd Frank de rechterhand van Siegfried Nassuth, die de Bijlmermeer, het destijds nieuwe woon- en werkgebied, en paradepaardje van de gemeente, ontwierp.

Begin jaren ’80 kon Frank vervroegd met pensioen, de WUP, een uitkering voor mensen die fysieke en psychisch beschadigd raakten in de Tweede Wereldoorlog. Frank had er zijn linkerhand en het zicht van zijn rechteroog verloren en kwam in aanmerking voor de WUP. Nu kon hij zijn droom waarmaken en fulltime kunstenaar zijn. In de jaren daarvoor was Frank al weer begonnen met tekenen en schilderen (Paul Versteeg), beeldhouwen (avondopleiding van de Rietveld Academie) en etsen, maar kon daar nu dieper op in gaan. Hij bleef zich bekwamen bij MK24 en op het atelier van Vincent van Oss.

Het oeuvre, dat voornamelijk gemaakt is in de periode 1978 tot 2015, bevat geschilderde en getekende (zelf)portretten, figuurstudies, (bloem)stillevens, landschappen en beeldhouwwerk, zowel hout en gips als in brons. Franks werk is te plaatsen in de lange traditie van de Hollandse Meesters die licht en ruimte hoog in het vaandel hebben, van Rembrandt en Vermeer, gecombineerd met de inzichten van de Franse impressionisten Cézanne en Renoir, terug te vinden in het werk van Henri Boot en Kees Verwey en bij veel figuratief werkende kunstenaars in hun voetsporen.

Mei 2020 verscheen ter gelegenheid van Franks 90-ste verjaardag een publicatie over zijn leven en werk: De Schoonheid van de Nieuwe Dag, geschreven door kunsthistoricus Froukje Holtrop.